De migratieroutes van de houtduif: België als kruispunt van beweging
Wanneer de herfst zijn intrede doet, verandert het luchtruim boven België in een dynamisch schouwspel van duizenden houtduiven. Voor jagers, natuurliefhebbers en opleiders is dit niet alleen een visueel spektakel, maar ook een kans om inzicht te krijgen in het gedrag en de ecologie van deze fascinerende soort. De migratie van de houtduif (Columba palumbus) is complexer dan vaak wordt gedacht en België speelt daarin een sleutelrol.
Twee migratiestrategieën: standvogel én wereldreiziger
De houtduif is een soort met een opvallend flexibele migratiestrategie. In België komen twee hoofdgroepen voor:
Belgische broedvogels: de standvastigen
Een groot deel van de houtduiven die in België broeden, blijft het hele jaar door in onze regio. Deze standvogels zijn aangepast aan het lokale voedselaanbod en het gematigde klimaat. Ze blijven in bossen, landbouwgebieden en stadsparken, waar ze zich voeden met granen, zaden, eikels en beukennootjes.
Toch is deze standvastigheid relatief. Bij langdurige sneeuwbedekking of voedseltekort kunnen deze vogels zich verplaatsen naar lagere of zuidelijkere gebieden binnen België of net daarbuiten. Dit noemen we ‘kortafstandszwervers’ geen echte trekvogels, maar wel mobiel wanneer nodig.
Een kleiner deel van de Belgische broedpopulatie vertoont wél trekgedrag. Deze individuen verlaten ons land in het najaar en vliegen zuidwestwaarts, richting Frankrijk, en in sommige gevallen zelfs tot in Spanje of Portugal. Waarom sommige individuen trekken en andere niet, is nog onderwerp van onderzoek, maar genetica, leeftijd en voedselaanbod lijken een rol te spelen.
Noord-Europese trekvogels: de massale doortrekkers
De indrukwekkende aantallen houtduiven die we in oktober waarnemen, zoals de 411.204 exemplaren uit recente tellingen, zijn grotendeels doortrekkers. Deze vogels broeden in Scandinavië, Duitsland, Polen, de Baltische staten en andere delen van Noordoost-Europa.
Hun migratie is een ware logistieke operatie: duizenden kilometers worden afgelegd in relatief korte tijd. De vogels vliegen in grote, losse groepen en volgen geografische structuren zoals rivierdalen, bosranden en open landbouwgebieden. België ligt precies op een knooppunt waar meerdere migratieroutes samenkomen.
België als migratiekruispunt: topografie als gids
De topografie van België speelt een cruciale rol in het sturen van deze migratiestromen. Vooral het zuidoosten van het land, de Ardennen en de Voerstreek, fungeert als een natuurlijke trechter. De houtduiven vermijden bij voorkeur hoge toppen en kiezen voor valleien en open corridors. Hierdoor worden ze letterlijk ‘samengedrukt’ in bepaalde regio’s, wat leidt tot spectaculaire concentraties.
Voor jagers en vogelkijkers zijn dit de momenten waarop de lucht letterlijk ‘leeft’. In de vroege ochtend, bij gunstige wind (lichte noordoostenwind en helder weer), kunnen duizenden houtduiven per uur worden waargenomen.
Eindbestemming: het warme Zuidwesten
Na hun passage door België zetten de trekvogels hun reis voort richting Frankrijk. Daar volgen ze vaak de Garonne- of Rhônevallei, om uiteindelijk de Pyreneeën over te steken. Hun eindbestemming ligt in het Iberisch Schiereiland, waar ze overwinteren in de bossen en landbouwgebieden van Spanje en Portugal. Hier vinden ze milde temperaturen en een rijk voedselaanbod, waaronder olijven, eikels en landbouwresten.